NIEUWS




Jan Janssen, nog steeds een kampioen

4 februari 2016

Op de foto: Giancarlo Brocci en Jan Janssen bij de presentatie van Eroica Limburg, de eerste editie van dit evenement dat de titel Eroica van het Noorden krijgt. Hieronder brengen wij een eerbetoon aan Jan Janssen en aan de hele generatie renners die in die tijd actief was. Daarna volgt een videoportret.

Het Wereldkampioenschap wielrennen van 1964, dat plaatsvond op 5 september in het Franse Sallanches, werd gewonnen door een jonge, onbekende renner, maar helemaal als een verrassing kwam dat niet. Jan Janssen was 24, hij had al een aantal wedstrijden gewonnen en hij werd gezien als een uiterst bekwame coureur. Hij had net de Tour de France afgerond, waarin hij behalve twee etappes ook de groene trui in het eindklassement had gewonnen.
Vandaar dat deze brildragende Nederlander aan de vooravond van het WK een van de favorieten was, samen met de Belgische renners Van Looy en Seels en de Fransman Poulidor, de plaatselijke held.
Jacques Anquetil ontbrak in dit rijtje, ondanks het feit dat hij zowel de Giro als de Tour had uitgereden: dat kwam deels omdat eendagswedstrijden niet zijn specialiteit waren, maar ook vanwege de vermoeiende inspanning die hij had moeten leveren voor de twee grote etappewedstrijden. Tijdens de Giro liet Anquetil het peloton top-Italianen achter zich, omdat ze het drukker hadden met de concurrentie onderling dan met het verslaan van de Fransman. Ze gingen met iets meer dan een minuut verschil na elkaar over de eindstreep: eerst Zilioli, daarna De Rosso en op de vierde plaats de eeuwige Vittorio Adorni, die het jaar erna de Giro zou winnen.
De Tour die volgde ging dan ook de geschiedenis in met een legendarische nek-aan-nekrace tussen Anquetil en Poulidor, op de Puy de Dôme, waarbij Anquetil uiteindelijk een voorsprong wist te behouden van 55 seconden.
Dat WK was een van de betere, een aanhoudende strijd over een nietsontziend parcours. De Italianen waren weliswaar niet favoriet, maar onder leiding van hun coach Fiorenzo Magni speelden ze in elke etappe van de wedstrijd toch een hoofdrol. Anglade was de drijvende kracht achter de meeste demarrages, samen met de Italiaan Vito Taccone en de Brit Tommy Simpson, die later, in 1967, op Mont Ventoux zou overlijden.
Om een idee te geven van hoe het er aan toe ging in de wielrennerij in die tijd: er waren 62 deelnemers die (slechts!) 10 landen vertegenwoordigden, maar er waren maar liefst zeventigduizend betalende toeschouwers.
Op minder dan 40 km voor de eindstreep schudde Adorni de groep achtervolgers wakker door in z’n eentje door te stoten tot bij Anglade, Taccone en Simpson. Vervolgens bleef hij bij Anglade. Tijdens de klim kwam Poulidor naar voren uit de achterhoede, waarbij hij de rest meenam. Zo vormde zich een groepje van 11 renners, terwijl de Italianen Taccone en Motta, die tot dan toe bijzonder sterk waren, achterbleven. Tijdens de laatste klim, bij Passy, was alleen Janssen nog bij Poulidor. Adorni, die niet al te ver achter hen reed, voegde zich tijdens de afdaling bij het duo.
Met de groep achtervolgers achter zich zag de Nederlander zijn kans schoon: in het eerste deel van de sprint wekte Adorni de indruk dat hij bij kon blijven, maar Janssen bleef hem uiteindelijk met slechts de lengte van een auto voor. Poulidor, die erom bekend stond dat hij de tijd nam bij het sprinten, eindigde als derde. Naast het erepodium stonden Simpson, Zilioli, De Haan en Anquetil, die tot die tijd geen enkele rol van betekenis had gespeeld. De Franse kampioen wist in de eindsprint met stijl te ontsnappen, als eerbetoon aan het WK in eigen land.


Deel



     
        

               
                 

                   





@ L’Eroica 2014 | VAT Code IT01357870524
Eroica Limburg    |    2017 All Rights Reserved
Website designed by 93ft.com and developed by Alias